Het Buijtenland van Rhoon wordt een 600 ha groot natuur- en recreatiegebied, tusse Rhoon en de Oude Maas. Het maakt deel uit van PMR/750 ha. Dit is weer onderdeel van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam.
Met de aanleg van Maasvlakte2 gaat natuur in zee en langs de kust verloren. De gevolgen voor de natuur worden beperkt met concrete maatregelen die het verlies compenseren. Dit zijn de instelling van een bodembeschermingsgebied en zee (de zgn Voordelta) ten zuiden van de havenuitbreiding en de aanleg van een nieuw duingebied ten noordwesten van Hoek van Holland.
Nee, het Buijtenland van Rhoon wordt ingericht om de leefkwalliteit van de regio Rotterdam te verbeteren. Dus, het is geen natuurcompensatie, maar wel een duidelijke afspraak tussen de PMR partners over de realisatie van 750 ha natuur- en recreatiegebied rondom Rotterdam.
Adviseur Jan Heijkoop, heeft woensdag 25 januari zijn “Visiedocument Het Buijtenland van Rhoon” aangeboden aan de gemeente Albrandswaard en de provincie Zuid-Holland.
Het bestemmingsplan Buytenland van Rhoon is op 26 april 2010 door de gemeenteraad van Albrandswaard vastgesteld. Het plan biedt globaal zicht op het zogeheten toekomstige grondgebruik van het gebied. Veel direct betrokkenen, waaronder gemeenteraadsleden, wilden graag meer zekerheid op de aspecten van inrichting en beheer van het Buijtenland van Rhoon. De gemeente Albrandswaard heeft Heijkoop in augustus 2010 gevraagd om - vanuit zijn brede achtergrond als o.a. ervaren bestuurder, voormalig voorzitter LTO Noord en voormalig directeur van een zuivelbedrijf - een visie op te stellen op de rol van agrariërs bij de realisatie van de binnen de in het bestemmingsplan gestelde natuur- en recreatiedoelen. Belangrijk daarbij was om met de betrokken partijen, waaronder de agrariërs uit het gebied, de mogelijkheden van natuurboeren en natuurbeheer te onderzoeken. De visie van de heer Heijkoop geeft aanbevelingen over het proces met betrekking tot de aanpak om gezamenlijk tot een juiste inrichting en beheer van het gebied te kunnen komen.
Wilt u de visie downloaden of meer informatie: http://www.albrandswaard.nl/
Op 26 april 2010 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard het bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon vastgesteld. Daarna was er een mogelijkheid tot het indienen van beroepen en bezwaren bij de Raad van State. De door de provincie Zuid-Holland gegeven reactieve aanwijzing, gericht op het schrappen van enkele onderdelen van het bestemmingsplan, stond ook open voor beroep en bezwaar bij de Raad van State.
Tegen het gemeentelijke bestemmingsplan zijn 32 beroepen ingediend; tegen de provinciale reactieve aanwijzing 17. De provincie op deze beroepen een verweerschrift geschreven en dit eind 2010 naar de Raad van State gestuurd. De gemeente Albrandswaard heeft haar verweerschrift eind januari gestuurd.
De Stichting Adviserings Bestuursrechtspraak (STAB) is een adviesorgaan voor de Raad van State. Deze stichting heeft eind januari 2011 advies uit aan de Raad van State als gevolg van een nader onderzoek naar 10 van de 32 ingediende beroepen op het bestemmingsplan. Wij krijgen daar geen verder informatie over en weten ook niet voor welke tien beroepen het onderzoek is gedaan.
De uitspraak van de Raad van State wordt voor de zomer van 2012 verwacht.
Een inrichtingsplan beschrijft in detail de beoogde inrichting van een gebied. De ingrepen worden nauwkeurig omschreven en op kaart aangegeven. De provincie is verantwoordelijk voor de samenstelling van het inrichtingsplan Buijtenland van Rhoon.
Drie fases
Het schrijven van zo'n plan gebeurt in drie fases: Schetsontwerp (SO), Voorontwerp (VO) en Definitief ontwerp (DO). Het plan wordt dan steeds meer in detail uitgewerkt. De provincie werkt nu aan het Schetsontwerp.
Het bestemmingsplan met bijbehorend uitwerkingsplan vormt de basis. Beoogd beheerders, inhoudelijk specialisten en de provincie zoeken uit hoe het gebied ingericht moet worden om deze functies zo goed mogelijk te kunnen vervullen. Daarbij wordt, (mits te combineren met de bestemming) rekening gehouden met wensen van huidige bewoners en toekomstige gebruikers.
Voor de meeste natuurgebieden wordt eerst een inrichtingplan gemaakt en daarna een beheerplan. In het beheerplan staat hoe het gebied beheerd moet worden (bijvoorbeeld hoe vaak maaien en baggeren) om de natuurdoelen te halen. De provincie is budgethouder voor zowel de inrichting als het beheer. Daarom is ervoor gekozen dit gelijktijdig aan te pakken. Door nu al over het beheer na te denken kan het gebied beter ingericht worden. Hierdoor kan het beheer efficiënter worden uitgevoerd. Dit betekent een betere kwaliteit voor het zelfde geld.
De provincie streeft ernaar in 2013 te beginnen met de gefaseerde inrichting.
Er zijn afspraken gemaakt met het Zuid-Hollands Landschap, het waterschap Hollandse Delta en het Natuur- & Recratieschap IJsselmonde. Met deze partijen is een intentieverklaring getekend waarin afgesproken is om samen te werken en om inrichting en beheer op elkaar af te stemmen.
Zij zijn in staat om over een lange periode (in principe altijd durend) aan de provincie verantwoording af te leggen over de geleverde prestaties. Dit geeft garanties en verlaagt overleg- coördinatie en bestuurskosten. Zij zijn vervolgens goed in staat om om praktische afspraken te maken met particuliere beheerders.
Voor het recreatiedeel hebben wij nog geen referentiegebieden. Bij de natuurakkers moet je denken aan het Zeeuws Landschap.
Voor het Krekenlandschap zijn referentiegebieden bijvoorbeeld Tiengemeten en Oeverlanden, Hollands Diep.
De provincie koopt de grond aan voor de agrarische grondwaarde. Dat is de waarde, gebaseerd op agrarisch gebruik, eventueel aangevuld met een schadeloosstelling.
Minnelijke grondverwerving wil zeggen dat de overheid, op basis van vrijwilligheid, in overleg met grondeigenaren tot overeenstemming komt over de verkoop van de grond.
Minnelijke grondverwerving begint met verkenning naar de ambities, toekomstmogelijkheden en knelpunten. Vervolgens wordt gezamenlijk een aantal scenario’s verder uitgewerkt en doorgesproken om te kijken of overeenstemming mogelijk is.
De mogelijkheid tot onteigening wordt allereerst via een administratieve procedure bij Koninklijk Besluit mogelijk gemaakt. Als de overheid heeft bepaald dat een bepaald grondgebied een andere bestemming krijgt, kan een overheid deze bestemming realiseren met behulp van onteigening. Voorwaarde is dat de bestemming omschreven is in een onherroepelijk bestemmingsplan.
In de komende periode kan de grondwaarde nog volgens de WVG (Wet Voorkeursrecht Gemeenten)-procedure worden vastgesteld. Een rechter stelt daarbij de prijs objectief vast.
Een onafhankelijk deskundige adviseert de rechtbank hierbij. Dit verplicht de eigenaar echter tot niets. Maar als de grondeigenaar besluit om tot verkoop over te gaan is de overheid (in dit geval de provincie) wél verplicht deze prijs te betalen. Het is daarmee een open en transparant middel. Een groot voordeel van deze manier van werken is dat het een eigenaar zekerheid verschaft over een eerlijke waardevaststelling.
Het begint met de agrarische grondwaarde. Dat is de waarde gebaseerd op het agrarisch gebruik en de bestemming. Daar kan eventueel een schadeloosstelling bijkomen. Volgens het onteigeningsrecht brengt een schadeloosstelling een grondeigenaar in dezelfde positie als vóór de onteigening: Hij wordt er niet slechter van, maar ook niet beter.
De provincie wil een directe bepaling van de grondwaarde en anticipeert niet op toekomstige ontwikkelingen. Zo zal een meerwaardeclausule ten behoeve van verrekening in de toekomst niet aan de orde zijn.
De aanvullende schadeloosstelling kan bestaan uit vergoedingen van financieringsschade voor meerinvestering in bijvoorbeeld duurdere grond of gebouwen. Of vergoedingen voor verhuizingen en aankoopkosten van een vervangend pand.
Voor enkele agrarische en niet-agrarische ondernemers lijkt een bedrijfverplaatsing in de toekomst realistisch. In dit geval doet de eigenaar zaken met de provincie over de aankop van gronden en eventuele opstallen tegen een reële waarde en schadeloosstelling.
Vervolgens zoekt de eigenaar zelf of samen met zaakwaarnemer en/of (ver)pachter naar een geschikte vervangende lokatie.
De eigenaar kan dus overal naar toe, dat is een eigen keuze. De provincie zal het proces daar waar mogelijk faciliteren, maar speelt er geen actieve rol in.
Bij natuurakkers ligt de nadruk op natuurontwikkeling en niet op grootschalige produictie of een zo hoog mogelijke gewasopbrengst. Het hoofddoel is het herstel van de traditionele akkerflora en -fauna.
Natuurakkers zien er uit als een brloemrijk, afwisselend akkerbouwgebied. Zomer- en wintergranen, braakliggende gronden en weides met gras, klavers en luzerne.
Wij hopen op verschillende akkervogels: de gele kwikstaart, de graspieper, de kneu, patrijs en veldleeuwerik.
Verder verschillende soorten vlinders en andere insecten. Het gebied wordt ook geschikt als jaaggebied voor vleermuizen, uilen en andere roofvogels. Door de aanleg van natuurvriendelijke oevers komen er meer watergebonden dieren zoals, kikkers, libellen, salamanders.
Het Buijtenland van Rhoon wordt een heel afwisselend gebied. Het noordelijke deel biedt activiteiten als kanoën, kijkje op de boerderij, vissen, wandelen, fietsen en paardrijden. In het zuidelijk deel (onder de Essendijk) staat de natuurbeleving centraal. Een afwisselend kleurrijk landschap met verschillende planten en dieren in de agrarische natuur en rust en openheid in het Krekenlandschap.
In het zuidelijk deel van het Buijtenland van rhoon komt een balans tussen natuurwaarden en recreatie. Er komen wandelpaden, struinroutes, uitkijkpunten, enz. Deze worden zo gezoneerd dat er ook voldoende rustgebieden voor dieren en in het bijzonder, moerasvogels overblijven.
Voor wat betreft kunst sluiten wij niets uit. Er loopt een kunstproject Buijtenland van Rhoon, dat wordt uitgevoerd door het Kunstgebouw. Dit houdt in dat in het noordelijk deel een nieuwe vorm van recreatie wordt bedacht en in het zuidelijk deel een ode aan het landschap. De gekozen kunstenaars worden zeer binnenkort bekend gemaakt.
In 2021 is de waterkwaliteit nog onvoldoende om te zwemmen. Wij onderzoeken nu de mogelijkheden om in de wat verdere toekomst wel zwemwater te realiseren. Daar kunnen wij nu nog geen uitsluitsel over geven.
In het noordelijk deel, kunt u in de toekomst in de recreatieplas sportvissen.
Jazeker kan dat, op een van de struinroutes.
Dat is moeilijk te voorspellen. In het voorjaar van 2010 heeft GZH een onderzoek gedaan, waaruit blijkt dat het Buijtenland van Rhoon een miljoen bezoekers per jaar aan kan.

